Waarom zijn Roemenen de armen van Europa?

Een simpele statistiek onthult een verontrustende realiteit.

Zijn ze arm omdat het hun ontbreekt aan onderwijs, of ontbreekt het hun aan onderwijs omdat ze arm zijn? Alle gegevens schetsen een beeld van een vicieuze cirkel waar men niet meer uit kan komen. Roemenië is het tweede armste land van de Europese Unie; dit tonen de meest recente gegevens van Eurostat. Dat is een gemiddeld gegeven. Een aantal gebieden van Roemenië wordt aangegeven als de armste binnen de EU. In Roemenië loopt ruim 40% van de bevolking het risico van armoede en sociale uitsluiting. 48,5 % van de kinderen leeft in bitter slechte omstandigheden. Geldgebrek wordt het sterkst gevoeld in de landelijke gebieden, waar bijna de helft van de Roemeense bevolking woont. Een groot aantal leeft in omstandigheden waarvan de westerse landen zouden zeggen: ze leven als in de middeleeuwen. Uit een studie van World Vision Roemenië blijkt dat 2 op de 3 huishoudens in de plattelandsgebieden worden geconfronteerd met gebrek aan de meeste materiële zaken. In cijfers betekent dat dat 66,1% van de Roemenen die op het platteland leven onvoldoende inkomen heeft om minimaal rond te kunnen komen. Armoede vertaalt zich dus in gebrek aan onderwijs, ziekte en veel te weinig voedsel, en de Roemeense plattelandskinderen kiezen de kortste maar onzekere weg om wat geld in hun zak te hebben: de school verlaten en werken in de landbouw. Zo ontstaat een vicieuze cirkel ‘de nieuwe generatie van armen’, die op hun beurt met armoede te maken krijgen en dromen dat ze op een dag misschien stromend water en een riolering hebben, of de mogelijkheid om je elke dag te wassen.

Ruim 45% van de Roemeense bevolking woont dus op het platteland, wat betekent dat de zwakke schakel in stand gehouden wordt door bijna de helft van de bevolking: een bedreiging voor de ontwikkeling van de nieuwe generaties. Twee derde van de mensen in de dorpen leeft in armoede en vormt een risicogroep. Ze geven duidelijk aan dat ze niet over financiële middelen beschikken om een minimaal en fatsoenlijk leven mogelijk te maken. Bovengenoemde studie toont aan dat de meeste Roemenen op het platteland er niet in slagen om de dagelijkse problemen het hoofd te bieden, omdat er geen of onvoldoende inkomen is om maandelijks rond te kunnen komen. De vicieuze cirkel dus, waarin ondervoeding, gebrek aan onderwijs en werkgelegenheid de armoede in stand houden. Het meest getroffen zijn de kinderen: 48,5 % van de Roemeense minderjarigen woont in slechte omstandigheden, zonder juiste voeding en toegang tot onderwijs.

‘De nieuwe generatie van de armen’, het gevolg van gebrek aan onderwijs

Zijn ze arm omdat het hun ontbreekt aan onderwijs, of ontbreekt het hun aan onderwijs omdat ze arm zijn? Een duidelijk antwoord op deze vraag bestaat niet, want ze worden geconfronteerd met problemen waar geen uitweg lijkt te zijn, met zeer ernstige gevolgen op lange termijn. Het gebrek aan onderwijs voedt de armoede van de vele Roemenen die op het platteland leven. En dit begint met het opgeven van de scholing.

In 2014 verliet meer dan 18% van de Roemeense kinderen hun studie of onderwijs. Dat is ruim boven het Europese gemiddelde van 11 % van vervroegde uittreding uit de cyclus van het onderwijs. Dit betekent ook dat hun kans op een betere toekomst in de kiem gesmoord wordt. Zodoende kiezen de arme Roemeense kinderen om op het veld te werken voor een brood of om de dieren te verzorgen, en onderwijs te laten voor wat het is. Onderwijs voor deze kinderen is een luxe geworden.

De belangrijkste reden voor schoolverlating is het gebrek aan geld. Bijna de helft van de ondervraagde leerlingen van de studie van World Vision Roemenië bevestigt dat ze zijn gestopt om deze reden. Kou, gebrek aan elektriciteit en voeding houdt 360.000 kinderen van huiswerk af (1 op de 5, op basis van het rapport ‘Welzijn voor kinderen in landelijke gebieden’). Ze helpen hun ouders in het huishouden voor en na schooltijd. Veel van de kinderen geven aan vermoeid te zijn van het werken in de landbouw. 225.000 kinderen gaan helemaal niet naar school om hun ouders voor 100 % van hun schooltijd te helpen bij de dagelijkse werkzaamheden.

Uit de resultaten blijkt ook dat 37% van de kinderen van 6 niet op school was op het moment dat de informatie werd verzameld. Dat zou kunnen betekenen dat ze op de kleuterschool ingeschreven zouden zijn. Het onderzoek toont echter aan dat de meeste van de kinderen niet naar de kleuterschool gaan.

Gebrek aan materiële zaken en huishoudelijke taken verhindert het schoolgaan en het volgen van een opleiding. Dit verklaart het percentage van 37% van de mensen ouder dan 15 jaar dat amper kan lezen of schrijven: ze begrijpen niet wat ze lezen of kunnen niet goed schrijven: functioneel analfabetisme. Ook het aantal leerlingen onder de 15 jaar dat met deze problemen te maken heeft, is met twee procent gedaald ten opzichte van 2012.

Hoe dan ook, de kansen van de kinderen om in het onderwijs te blijven tot afronding of afstuderen zijn erg klein, meestal door de slechte materiële situatie van het gezin waartoe zij behoren. De genoemde studie toont ook aan, dat als het gaat om bezuinigingen, een kwart van de ondervraagde ouders toegeeft als eerste te bezuinigen op boeken en scholing van de kinderen, gevolgd door buitenschoolse activiteiten en deelname aan wedstrijden en/of schoolkampen. De ouders die hun kinderen wel naar school sturen of willen sturen, hebben echter met andere problemen te maken. Het grootste probleem is de afstand naar school, die zich veelal in andere dorpen bevindt. Ook dat kost geld, dus moet 64,4 % van de kinderen grote afstanden lopen om de school te bereiken. Gemiddeld is dat 35 minuten, maar 2 op de 5 kinderen lopen een uur of meer om op school te komen.

Al deze compromissen betekenen dat maar weinig mensen op het platteland het onderwijs afronden om een beroepskwalificatie te verkrijgen en zodoende makkelijker een inkomen gaan realiseren. De enige oplossing is nog steeds het werken in de landbouw als slecht betaalde dagwerker, zonder uitzicht op een betere toekomst. In dit gevecht tegen armoede verlaten dus veel plattelandskinderen de school en daarmee is bijna elke kans om uit de steegjes van de dorpen te komen en een carrière op te bouwen om uiteindelijk een beter inkomen te realiseren, zo goed als nul. Het gebrek aan onderwijs is dan ook de grootste factor die armoede is stand houdt en dat de toekomstige generaties het voorbeeld van ouders en grootouders zullen volgen. Dus als deze dingen niet veranderen, zullen de statistieken somber blijven, de armoede zal de kansen op een beter leven benemen en die kansen doen instorten als een rij dominostenen voor de komende generaties.

Ondervoeding, het tweede element in de ‘schakel van zwakke punten’:
225.000 kinderen gaan naar bed met een lege maag.

Een hongerig kind kan niet leren op school en kan zich daardoor ook niet goed ontwikkelen om een zorgeloos leven te leiden. Vanuit dit perspectief is de situatie van de Roemenen die op het platteland wonen één van de moeilijkste in Europa. Alleen in 2011 werd die situatie in Roemenië op dit punt nog overschreden door Bulgarije. Op dit moment staat Roemenië aan de ‘top’. Gebrek aan geld is niet alleen terug te vinden in het onderwijs. De studie van World Vision Roemenië toonde aan dat 225.000 van de Roemeense kinderen elke dag hongerig naar bed gaan. 72% van de gezinnen is niet in staat een minimaal gevarieerde maaltijd te bieden om ondervoedingen en ziektes te voorkomen. Verder is er geld nodig voor acute gezondheidsproblemen en de behandeling daarvan. Ook dat heeft als gevolg dat armoede alleen maar toeneemt. Landelijk Roemenië ‘cultiveert’ een zieke bevolking door gebrek aan geld, waarvoor in de loop van de komende jaren geen uitweg meer zal zijn.

Hoewel het rapport ‘Welzijn van kinderen in het landelijk gebied’ laat zien dat ouders zich bewust zijn dat “we ons kind het beste moeten bieden, met een maaltijd op de eerste plaats”, geven ze toe dat die er de meeste keren bij inschiet door gebrek aan financiële middelen om gezonde voeding te garanderen. De zelf geteelde groenten en gewassen in bij eigen huis of in de gemeenschap zijn onvoldoende om een jaar door te kunnen komen. De helft van de ondervraagde families geeft aan niet te kunnen zorgen voor producten uit elke voedselgroep: granen, vlees, eieren, zuivelproducten, groenten en fruit. Het kopen van deze producten in winkels is zo goed als onmogelijk, gezien het feit dat velen geen geld hebben voor basisbehoeften, zelfs niet voor de meest elementaire behoeften van hun kinderen.

Dit betekent ook dat deze kinderen verstoken zijn van essentiële vitaminen en mineralen voor hun groei en een harmonieuze ontwikkeling. Hun toekomst is dus in gevaar en daarmee tegelijkertijd de toekomst van de nieuwe generaties. Zieke volwassenen kunnen geen geboorte geven aan gezonde kinderen en kunnen ze ook niet opvoeden zoals het zou moeten.

Op het moment dat je niet weet wat je de volgende dag op tafel moet zetten, lijken medicijnen en doktersbezoeken veel minder belangrijk. Geconfronteerd met armoede geeft een kwart van de ondervraagde volwassenen aan dat ze geen medicijnen kopen of een afspraak maken bij een arts. De algemene beleving is, dat, hoewel gezondheidszorg in theorie gratis is, er kosten aan medische zorg verbonden zijn welke men niet op kan brengen (van kosten van vervoer tot medicijnen). Als er ernstige financiële zorgen zijn, geven de meeste mensen aan om als eerste af te zien van medicijnen en een bezoek aan een arts.

De mensen zijn bang voor het beruchte ‘smeergeld’, waarvan gezegd wordt dat je dat aan een arts moet geven. “Als je geen geld geeft, wordt je kind ook niet goed behandeld”, aldus een van de deelnemers aan het onderzoek. Zonder geld om ‘in de zak’ van de arts te stoppen, gaan de mensen niet naar een dokter. Zonder medische zorg worden de mensen zieker, ontstaan er besmettelijke ziekten en ziekten die aan kinderen overgedragen worden. Een zieke erfenis dus.

Ook laten de statistieken zien hoeveel gebrek er is aan elementaire hygiënische voorzieningen voor de mensen op het Roemeense platteland. In het Roemenië van 2015 is 80% van de woningen niet aangesloten op het rioleringsnet. 65,2 % van de gezinnen gebruikt een toilet in de tuin en maar de de helft heeft toegang tot stromend water. Het grootste deel van de kinderen in de dorpen zegt dat men zich niet elke dag wast, 40% van de jongeren wast zich 2, of met een beetje geluk, 3 keer per week. 7,5% van de kinderen geeft aan dat men slechts eenmaal in zeven dagen gebruik maakt van bad of douche.

Verminderde werkgelegenheid benadrukt armoede.

Schoolverlating, dus ook geen professionele kwalificatie in landelijke gebieden, geeft een werkeloosheid onder jongeren van 18-24 jaar van bijna 25%. Van de mensen tussen de 18 en 60 jaar heeft maar 46% een baan, vaak een slechtbetaalde. Uit deze cijfers blijkt dat Roemenië op lange termijn op macro-economisch gebied met ernstige problemen van werkgelegenheid en werkeloosheid zal worden geconfronteerd. De extreme armoede zal nog vele jaren stand houden.

Deze situatie van Roemenië, in het bijzonder van de plattelandsbevolking, die gestaag verslechtert, kwam onder de aandacht van het kabinet Cioloş. Dit kabinet kwam de afgelopen tijd met een anti-armoedemaatregelen. Daarin wordt gesteld dat in 2020 het aantal mensen met risico op armoede met 580.000 personen moet verminderen. Het pakket van maatregelen bestaat uit 47 doelstellingen: van het verhogen van de de arbeidsparticipatie van de bevolking tussen 20 en 64 jaar oud tot het verminderen van het aantal mensen met een risico op armoede en sociale uitsluiting.

“We hebben in Roemenië veel mensen met een risico op armoede, waarvan 1,7 miljoen kinderen met hoge risico’s, vooral in landelijke gebieden,” zei premier Cioloş tijdens de presentatie van de maatregelen om de armoede te bestrijden.

“De maatregelen worden naar leeftijd vastgesteld op basis van een geïntegreerde regeling, iedere etappe van het leven, van geboorte tot het einde van een leven,” zei Premier Cioloş. Het pakket biedt prioriteit bij pasgeborenen. Een van de doelen is dat geen enkel kind “zonder identiteit” blijft. Met betrekking tot de kinderen tot 3 jaar zijn crèches en opvang nodig in de steden en zorgverleners op het platteland. De premier sprak ook over de intensieve toepassing van “ieder kind naar de kleuterschool” door kleding, schoolspullen en voedselbonnen aan te bieden aan de plattelandskinderen.

Volgens de strategie kunnen leerlingen gebruik gaan maken van programma’s, zoals ‘School, de motor van ontwikkeling in achtergestelde gebieden’, ‘Naschoolse programma’s’, of ‘Tweede kans’. Mensen tussen de 24 en 65 jaar zullen profiteren van actieve arbeidsmarktmaatregelen, landelijk en stedelijk ondernemerschap en sociaal ondernemerschap. Senioren zullen door speciale programma’s betrokken worden bij de zorg voor kinderen. Het anti-armoedepakket bevat ook een reeks van maatregelen van subsidie voor verbeteren van woonomstandigheden, stimuleringspakketten voor dagloners tot het voorkomen van gezinsverlating.

Het is het zoveelste maatregelenpakket waar een regering mee komt. Het doel is om 580.000 mensen minder in een risicogroep te krijgen in 2020. Dezelfde premier zegt dat er minstens 1,7 miljoen kinderen zijn die op dit moment in armoede leven. Het is een probleem waar Roemenië nog lang, heel lang mee te maken zal hebben.

Bronnen: Gandul.info, WVR, Eurostat.

Categorie: Ons werk/Betania, Roemenie, Sociaal · Tags:

Schrijf een reactie



Follow ambcro on Twitter